Highlights Sporta-congres

JEROEN SCHEERDER: ONDERZOCHT TRENDS EN BEHOEFTES SPORTLANDSCHAP

Hoewel er in de top vijf van populairste sporten geen enkele teamsport meer staat en de individualisering een maatschappelijk fenomeen is, zijn we toch géén sportsolisten aan het worden. Sportbeoefening is nog steeds populair. Alleen gebeurt dat tegenwoordig op een andere manier met een andere mentaliteit. Daaruit volgen enkele trends en tips:

  • Informeel sporten: in het huidige samenlevingsklimaat is sport losser, vrijer, minder strikt.
  • Zwakkere binding: sporters zijn minder snel geneigd zich trouw aan een vereniging te binden. Als ze hun sport maar beoefenen is het prima, waar ze dat doen, maakt niet zoveel meer uit.
  • Meervoudig lidmaatschap: moderne sporters krijgen graag de mogelijkheid tot meerdere formules.
  • Alternatieve infrastructuur: sporten kan vandaag net zo goed in het park, het bos of op de openbare Finse piste. De nood aan gespecialiseerde faciliteiten daalt.
  • Persoonlijker advies: mensen zien sport als een persoonlijk doel en om dat doel te bereiken zoeken ze het advies dat zij nodig hebben. Door dat te geven, kunnen clubs het verschil maken. Het gezellige groepsgevoel van een club vinden sporters ook nog belangrijk, maar dan eerder na het sporten.

Conclusie

Innovatie gebeurt in elke tak van de maatschappij, ook op sportgebied, en vertoont telkens een gelijkaardig verloop. Toegepast op het sportlandschap, moeten de clubs afgaande op dat verloop NU innoveren op organisatorisch, productgerelateerd en sociaal vlak, om sporters in een club te krijgen en te houden. Ze moeten daarbij rekening houden met ‘incompabiliteit’: je kan als club niet alles doen, je moet dus kiezen waar jij op inzet. Je eigen troeven bepalen en die uitspelen.

BEREND RUBING: SCHREEF BESTSELLER OVER MENSEN EN LIDMAATSCHAP

Berend gaat akkoord dat sportclubs voor een keerpunt staan. Maar kunnen zij wel veranderen? In (grote) sportclubs tref je mensen van alle generaties aan en die hebben allemaal een andere invulling van wat sport voor hen inhoudt. Zij verwachten allemaal iets anders van hun lidmaatschap. Ze willen iets krijgen, zich binden, iets leren en behouden wat ze hebben.

Vandaar dat de sportclub aan marketing moet gaan doen. Daarbij moet zij zich volgende vragen stellen:

  • Hoe komen onze leden bij onze club terecht?
  • Wat houdt hen hier? Gezelligheid kan je als clubbestuur niet forceren, dat creëren de leden zelf. De leden maken de vereniging, het bestuur geeft hen enkel de gelegenheid daartoe.
  • Waarom stoppen mensen bij onze club? Vaak is dat een reden die simpel te voorkomen was. Vraag daar dus zeker naar bij een vertrek.
  • Wie zijn onze (potentiële) leden?

 

Als je daar het antwoord op weet, kan je bepalen of jouw club een bindingsclub (waar vooral het samenzijn en de vriendschap van tel zijn), een ruilclub (waar het aanbod, hetgeen er te doen valt belangrijk is) of een meerwaardeclub (die betere sporters wil maken, haar steentje bijdragen in het sportlandschap) is. Afhankelijk daarvan kan de club zichzelf structureren, organiseren en een eigen cultuur aanmeten.

Conclusie

Ga voor een transformatie op maat van jouw sportclub. Doe zelf je eigen ding en laat je niet hinderen door oude gedachten (“het is altijd zo geweest, dus waarom anders”). Zoek de juiste mix tussen gezelligheid, sportief succes en maatschappelijke meerwaarde en laat de leden de vereniging maken.

WOUTER TORFS: BEKIJKT VERENIGINGSWEZEN VANUIT CORPORATIEVE BRIL

Je kan parallellen trekken tussen een vereniging en een bedrijf. Ze hebben beide een missie, een bestuur, medewerkers en een aanbod dat ze aan de man willen brengen. Torfs is verkozen tot beste werkgever van 2014 en gebruikt sport als één van de bindingsmiddelen tussen alle werknemers. Het succes van de schoenengigant is gebaseerd op zeven sleutels:

  • Doe de goeie dingen om de klant en je medewerkers centraal te stellen. Maak van jouw club een great place to sport en check bij de huidige leden wat dat voor hen inhoudt.
  • Zoek een nieuwe benadering van – in het geval van een sportvereniging – sporten.

  • Geef je medewerkers vrijheid om hun taak op hun manier in te vullen. Zo wordt de club ook een beetje van hun, kunnen ze met trots op hun bijdrage terugblikken en zullen ze ook trots zijn om verdere inspanningen te doen voor de club. Moedig hen positief aan.
  • Maak de klanten (leden) blij! Speciale acties, klachtenbehandeling… de beste reclame is een tevreden lid dat tegen zijn/haar netwerk zegt bij wat voor goeie club hij actief is.
  • Zet de juiste mensen op de juiste plaats. Iemand die doet wat hij/zij graag doet en goed doet, levert kwaliteitswerk.
  • Vermijd een piramidestructuur, zet de leidinggevende figuren op gelijke hoogte en zorg dat zij dankbare, zorgzame leiders zijn.
  • Stel een hecht team samen en je zal zien dat 1+1 groter dan 2 is. Verschillen tussen teamleden maken de ploeg net dynamisch en veelzijdig.
  • Creëer een community, waarin transparante en eerlijke communicatie heerst.

Conclusie

Zet in op de club als community, waarin alle medewerkers en leden zich betrokken en opperbest voelen.

VSF EN ISB: JULLIE PARTNERS

Jullie, de sportclubs, staan er bij die transformatie niet alleen voor. In deel 2 kwamen de belangrijkste steunpilaren aan het woord. Enerzijds de Vlaamse Sportfederatie (VSF) als overkoepeling van alle sportfederaties, waarvan Sporta er één is. Anderzijds het Instituut voor Sportbeleid en Recreatiebeheer (ISB), dat de gemeentelijke sportdiensten aanstuurt. Ook de federaties en de sportdiensten zullen hun beleid moeten bijsturen.

De sportdiensten moeten besparen, maar de overgrote meerderheid geeft aan dat NIET te zullen doen op subsidies voor sportclubs. Zij zien hen immers als partner nummer 1 om hun beleidsdoelen (gezondheid, kinderopvang, betere leefomgeving…) te helpen realiseren. Niet elke sportclub heeft daar nood aan. Zogeheten ‘gesloten’ sportclubs werken perfect in isolement.

Volgens VSF zijn de voornaamste uitdagingen voor sportclubs drop-out tegengaan en meer nieuwe leden aantrekken. Dat kan de club, met hulp van haar federatie, bewerkstelligen door:

  • Een fijne clubsfeer
  • Zich te profileren als kwalitatieve sportaanbieder
  • Zich open te stellen voor iedereen, alle doelgroepen (allochtonen, G-sporters, kansarmen…).
  • Maatbegeleiding aan te bieden.

De overheid kan het hen gemakkelijker maken door de clubs een statuut, voldoende infrastructuur en subsidies uit te reiken, liefst met zo weinig mogelijk regelgeving.

Hier kan je alle presentaties van het Sporta-congres downloaden.

(c) 2012, Sporta